
Drie jaar bouwmeester wijkvernieuwing
Endry van Velzen maakt de balans op in Groningen
Het werkgebied is indrukwekkend te noemen: van Vinkhuizen aan de westkant van de stad, via de naoorlogse wijken in het noorden en Beijum en Lewenborg in het oosten, tot en met De Wijert aan de zuidkant. Hier krijgt de Groninger wijkvernieuwing vorm en daar stelde de gemeente drie jaar geleden een onafhankelijk bouwmeester voor aan, in de persoon van architect/stedenbouwkundige Endry van Velzen. Kennis van wijken als deze heeft hij in ruime mate, hoe kijkt hij aan tegen de aanpak in Groningen?
De aanstelling als ‘bouwmeester wijkvernieuwing’ in het najaar van 2022 betekende voor Endry van Velzen een terugkeer naar een stad die hij al behoorlijk kende, zij het van enige tijd terug. We spreken Endry in het levendig drukke Floreshuis aan het gelijknamige plein in de Indische buurt, waar hij op ons verzoek terug- en vooruitblikt: “Vanuit mijn bureau De Nijl Architecten zijn we eerder betrokken geweest bij de vernieuwing van De Wijert, waar we het stedenbouwkundig plan mochten maken en vervolgens twee gebouwen hebben ontworpen. Daarnaast hebben we in Paddepoel het woningbouwplan rondom de Voermanhaven gemaakt. De 15 jaar daarna ben ik niet veel in de stad geweest en het was daarom extra bijzonder om Groningen op een andere manier te leren kennen. Om van daaruit, nu in het hart van het gemeentelijk apparaat, de wijken en hun bewoners te mogen ondersteunen.”
Inzet weer op orde
De thematiek van de wijken die na de oorlog zijn gebouwd, is hem daarbij uitgebreid bekend: “Ik heb in een heel aantal van deze wijken mogen werken en er een grote liefde voor ontwikkeld. Het zijn gebieden waar vaak met veel toewijding aan is gewerkt en die nu aan ons zijn toevertrouwd, om ze weer toekomstbestendig te maken. In Amsterdam was ik bijvoorbeeld bij de aanpak van het Zuidwestkwadrant in Osdorp betrokken, een gebied met 3.000 woningen. Bij de gebiedsgerichte aanpak die daar is ontwikkeld, mocht ik 15 jaar als stedenbouwkundige en supervisor optreden.”
Het leuke van Groningen is nu, zo geeft Endry aan, dat hij in een kwartier fietsen al ‘zijn’ wijken kan bereiken: “Ik denk dat het heel goed is dat de gemeente Groningen haar inzet voor deze gebieden weer op orde heeft gebracht. Opgestart in de jaren 90 van de vorige eeuw kwam de Groninger wijkvernieuwing rond 2010 stil te liggen. Dat hing ook samen met het einde van de nationale betrokkenheid bij de verbetering van buurten en wijken – achteraf gezien een heel slecht besluit. Gelukkig is ook het Rijk daarop teruggekomen, met het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Groningen heeft daar op tijd bij aangehaakt. De aandacht voor deze gebieden is weer terug en dat is een terechte zaak. Hier wonen tienduizenden Groningers en de kwaliteit van hun woon- en leefomgeving is een belangrijke opgave.”

Opvangen en sturen
Waar zijn rol als stedenbouwkundige en supervisor vaak sterk verbonden was met de ‘fysieke’ ingrepen in de wijken, is zijn opdracht in Groningen breder. “Het werken aan wijken in de bestaande stad heb ik wel eens de kunst van het ‘breien’ met projecten genoemd. Van onderop komen er vaak steeds nieuwe initiatieven tot wasdom, het is zaak om die te verbinden. En om ze voorzichtig wat richting mee te geven. Een Engelse architect die ik sprak, noemde dat catch and steer: opvangen en sturen. Niet omdat je het als gemeente beter weet, maar wel omdat wij het overzicht over de gehele stad hebben en van daaruit kunnen kijken waar behoefte aan bestaat. En waar projecten een meerwaarde in kunnen hebben.”
Bij zijn aantreden in 2022 kreeg Endry van Velzen van de gemeente geen vastomlijnde opdracht mee. “Ik mocht juist zelf de koers van Groningen voor de wijkvernieuwing mee helpen formuleren, heel plezierig. Ik heb vier uitgangspunten opgesteld: vertrekken vanuit bestaande ruimtelijke en sociale structuren, positioneren in groter verband, verbreden naar de publieke ruimte en ontwerpen aan samenhang. Daaruit spreekt onze ambitie om de projecten die in de wijken worden ontwikkeld, steeds te verbinden met de strategieën voor de stad als geheel. Die wisselwerking is uitermate belangrijk. In de lijn van de traditie die Groningen heeft met bouwmeesters, is het mijn taak als bouwmeester van de wijkvernieuwing om daar met name op te letten. Waarbij ik sinds kort ook nadrukkelijk de samenwerking zoek met de sociale kant van de vernieuwing, een opgave waar Ivan Nio voor is aangetrokken. We trekken inmiddels al volop samen op.”
Samen aan zet
Endry noemt als concreet voorbeeld van zijn werk het op elkaar afstemmen van de plannen van de drie woningcorporaties bij het project Nieuw-Indische buurt, centraal gelegen in de wijk: “Voor de ruimtelijke kwaliteit van projecten is de kwaliteit van het opdrachtgeverschap van cruciaal belang. Ik probeer daarbij ook nog de samenhang te bevorderen en dat vraagt erom dat ik zo vroeg mogelijk kan meedenken. Zodat de goede vragen worden gesteld en externe partijen – zoals de ontwerpbureaus – goed op pad worden gestuurd. In mijn eerste jaar heb ik dus veel aandacht besteed aan het weer aanknopen van de relaties met corporaties: we zijn hier samen aan zet.”
Bij de ‘herstart’ van de Groninger wijkvernieuwing in 2018 lag er een sterke nadruk op de sociale dimensie, later gevolgd door een focus op woningbouw en verdichtingsmogelijkheden. Volgens Endry geen verkeerde thema’s, maar hij wil breder kijken: “Klassiek werd er altijd gedacht dat je met betere woningen ook de sociale problemen oplost. Dat is te simpel gedacht. Je moet echt meer doen en daarom leg ik bewust veel nadruk op voorzieningen en de openbare ruimte.”
De voorzieningengebouwen in de wijken – zoals het Floreshuis – zijn belangrijk om het gevoel van trots bij de bewoners weer terug te brengen: “Ze geven het imago van de wijken een impuls. Allerlei sociale programma’s kunnen juist daar een plek krijgen, waardoor we ook werken aan ontmoeting en verbinding. En dat laatste geldt ook zeker voor de openbare ruimte.”

Perspectief per buurt
De gemeente kan hier het verschil maken, is zijn overtuiging: “Bij de voorzieningen – denk ook aan de scholen waar Groningen een traditie in heeft opgebouwd – hebben we een belangrijke knop als gemeente in handen, om aan te draaien. We kunnen veel op de rails krijgen, mits we het op een goede manier samenbrengen. In een aantal wijken heeft de gemeente beeldbepalende gebouwen in bezit, door die slim te programmeren kunnen we meerdere agenda’s – identiteit, cultuur, historie – verbinden. Een voorbeeld is de Boumanschool in De Hoogte; een karakteristiek pand in een buurt die nu weinig voorzieningen kent. Daar liggen dus kansen. De wijkpost in De Wijert is er ook zo een; een voormalig beheergebouw van de gemeente dat leeg komt en waar we bijvoorbeeld een broedplaats van zouden kunnen maken. Het zijn locaties waar ik samen met Ivan Nio naar kijk en waar we, in overleg met de buurt, kijken wat het perspectief kan worden.”
Het verbinden van deze plekken met het grotere geheel heeft Endry's bijzondere belangstelling: “Juist daar kan de gemeente een toegevoegde waarde hebben. We hebben bijvoorbeeld de vernieuwing van winkelcentrum Paddepoel aangegrepen om deze meer in verband te brengen met wat er in de omliggende buurten gebeurt. De relatie met het Park Selwerd en het Noorderstation, om maar eens wat te noemen. Dat is een opgave die ik heel belangrijk vind: hoe verbinden we – gechargeerd – de sexy stadsontwikkeling met glamourprojecten als Suikerzijde en Stadshavens met de moeizame wereld van de wijkvernieuwing? Ook binnen de gemeente zijn dat nog vaak gescheiden werelden. Juist daar kan ik een rol hebben als bouwmeester, door te pendelen tussen de verschillende schaalniveaus: van de stad naar de buurt en weer terug. Ik zwerf door de hele dienst Stadsontwikkeling.”
Behoefte aan duidelijkheid
Nog even terugkomend op zijn samenwerking met de woningcorporaties geeft Endry aan dat deze goed verloopt: “Na 2010 is er natuurlijk wel het nodige verloren gegaan, dat moeten we met elkaar weer opbouwen. Maar ik ervaar geen tegenwerking, zeker niet. Iedereen – ook de corporaties – heeft behoefte aan duidelijkheid. Ik ben geen toetser die in een kamertje zit en waar partijen een stempel van goedkeuring moeten halen; ik ga juist de wijken in en begin het gesprek. De dialoog is essentieel om met elkaar weer een bouwcultuur te ontwikkelen die dienstbaar is aan de vernieuwing van de wijken.”
Ook intern bij de gemeente is zijn boodschap opgepakt, zo blijkt bij navraag: “Er wordt aan voorzieningenvisies gewerkt – in twee wijken en stadsbreed – de samenwerking met het scholenprogramma is geïntensiveerd en we hebben de banden met de medewerkers van maatschappelijk vastgoed aangehaald. Daarmee laten we ook aan onze partners, zoals de corporaties, zien dat het ons ernst is.”
Dat laatste geldt ook zeker richting de bewoners van de naoorlogse wijken in Groningen, maakt Endry aan het slot van het gesprek duidelijk: “Het werken aan bestaande wijken heeft zeker ook een politiek-maatschappelijke dimensie. We zien allemaal dat er een groot wantrouwen tussen burgers en overheid is ontstaan. Door te investeren in de buurten, kunnen we proberen die kloof te dichten. Als ik door Groningen fiets, zie ik dat er met veel toewijding aan de wijken is ontworpen. Het is aan ons om op die ontwerpenergie verder te werken. Dat bedoel ik dus met het vertrekken vanuit de bestaande ruimtelijke en sociale structuren. Ga eerst ter plekke kijken en praten, daar begint het mee.”
Dit artikel werd voor Wijkvernieuwing op z'n Gronings geschreven door Kees de Graaf van gebiedsontwikkeling.nu. Lees ook zijn interview met sociaal bouwmeester Ivan Nio.
In sommige Groningse wijken gaat het niet goed. Bewoners hebben moeite om rond te komen, leven in een onveilige buurt, wonen in slechtere huizen, komen niet goed mee op school of het lukt ze niet om aan werk te komen. Dat vinden we onacceptabel. Daarom zetten we alles op alles om dit te verbeteren.