
'Mensen aan hun lot overlaten is goedkoper'
Nieuwe wetgeving moet duizenden mensen helpen
Het scheelt mensen in armoede veel stress: een overheid die ze aanreikt waar ze recht op hebben en ze niet zelf hun weg laat zoeken in het woud aan regelingen, uitkeringen en potjes. Maar dat kost geld. 170.000 huishoudens in Nederland lopen bijstand mis. Gaat de overheid hen helpen?
Af en toe gaat Dianne de Louw dansen bij Bolingo. Niet zozeer om het lijf eens lekker los te schudden, maar omdat ze daar Groningers tegenkomt die het niet breed hebben. Haar doelgroep. Op Bolingo-evenementen "dansen we met z’n allen en daarna praten we met elkaar", zegt Dianne.
Een mooie gelegenheid om mensen te wijzen op de buddy-aanpak van Kansrijk Groningen, waar Dianne leiding aan geeft. Als de dansers willen, kan zij ze een jaar lang koppelen aan iemand die eerder zelf in armoede leefde. Vertrekpunt is de vraag: wat wil jij?
Het antwoord komt vaak op hetzelfde neer, zegt Dianne. "Mensen willen stabiliteit, gelukkig zijn en zorgeloos kunnen leven." Met de invulling – financiën en huisvesting op orde, (zelf)vertrouwen opbouwen, op zoek naar een opleiding of een baan misschien – helpen de buddies.
Brieven onder het bed
De twintiger Sanne de Bruin die ze zo al dansend ontmoette, wist heel goed wat ze wilde. Dianne moest haar buddy worden. Tegensputteren – 'dat is niet mijn rol, ik ben projectleider' – hielp niet. "Het gaat toch om wat ik wil, zei ze."
En zo zaten ze al snel samen stapels post door te nemen. "Sanne maakte haar brieven wel open, maar die gingen snel terug in de envelop. En dan in een schoenendoos. En die doos ging onder het bed."
Je wilt niet weten hoe stressvol het is om een brief van een instantie te krijgen als je weinig geld hebt, zegt Dianne. "Post staat vol jargon en waarschuwingen voor boetes in rode of in dikgedrukte letters. Met veel uitroeptekens. De afzender weet weinig van de belevingswereld van de ontvanger. Die vindt zo’n brief doodeng."
'Mevrouw gaat niet naar de slijterij'
Tot haar verbazing zag Dianne dat de WIA-uitkering die Sanne kreeg van het UWV maar zo'n 1.200 euro per maand was. Ver onder het sociaal minimum van 1.644 euro. "Hoe kan dat nou? Het sociaal minimum is wettelijk geregeld, dat heb je minimaal nodig om in je levensonderhoud te voorzien. Nooit had een professional tegen haar gezegd: 'Joh, hier klopt iets niet'."
Sanne had recht op aanvullende bijstand van de gemeente en Dianne ging mee om die aan te vragen. "Ze moest van alles aanleveren. Ook bankafschriften. En die nemen ze helemaal door. De ambtenaar zei: 'Mevrouw gaat niet naar de slijterij of naar het casino, hebben we gezien, dus dat is goed.' Echt vreselijk. Waar bemoei je je mee?"
Maar het ergste, zegt Dianne, was dat Sanne de aanvulling niet met terugwerkende kracht ontving, ook al kreeg ze al twee jaar minder dan waar ze recht op had. Dat kan niet, volgens de bijstandsregels, maar de ambtenaar beriep zich ergens anders op.

Het is haar eigen verantwoordelijkheid om te controleren of alles klopt, zei die. "Geen heel redelijk verzoek aan iemand die niet weet hoe ze 's avonds eten op tafel moet krijgen, zei ik." Maar het was wat het was. Sanne zelf zat er zwijgend bij. "Die was van de stress helemaal dichtgeklapt."
170.000 huishoudens
'Niet-gebruik' heet het in ambtelijke taal: bijstand en aanvullende bijstand waar rechthebbenden geen beroep op doen, gemeentelijke regelingen voor fietsen, de tandarts of de sportclub die niet volledig worden benut, net als toeslagen van het UWV of de aanvullende inkomensvoorziening voor ouderen van de Sociale Verzekeringsbank (SVB).
Naar schatting van de Arbeidsinspectie lopen alleen al vanwege onderbenutting van de bijstand 170.000 huishoudens in Nederland geld mis. Omdat die drie instanties van elkaar niet weten wat ze precies aan welke inwoner geven, geldt er in de praktijk een piep-systeem: zit je onder een minimumnorm, heb je recht op een aanvulling, dan moet je die zelf aanvragen.
In juni sprak de Tweede Kamer over een wetsaanpassing die maakt dat gemeenten (bijstand, bijzondere bijstand en gemeentelijke regelingen), het UWV (WIA, WW, Wajong, ziektegeld) en de Sociale Verzekeringsbank (AOW en nabestaandenpensioen) gegevens kunnen delen. De gemeente wéét dan dat Sanne's uitkering van het UWV te laag is en kan haar gericht benaderen: jij krijgt te weinig geld, jij hebt recht op een aanvulling. De wijziging moet op 1 juli ingaan. (Inmiddels is bekend dat er op 31 augustus een plenair debat staat ingepland - Redactie)
Wegbezuinigen
Maar iedereen geven waar hij of zij recht op heeft, kost geld. Want de besparing die niet-gebruik oplevert, wordt al jaren gewoon ingeboekt. Als gemeenten inwoners die onder het minimum leven actief gaan benaderen, zou er voor de bijstand jaarlijks 30 miljoen euro extra nodig zijn.
Dat bedrag had minister Thierry Aartsen van Werk en Participatie dit voorjaar, nog voor de Kamer over de wetswijziging debatteerde, al willen wegbezuinigen. Daar kwam zoveel ophef over dat hij zijn voornemen introk. Die 30 miljoen is terug, maar de 17 miljoen voor een extra beroep op bijzondere bijstand en 6 miljoen voor invoering van het systeem voor gegevensdeling tussen gemeenten, UWV en SVB, daar heeft Aartsens ministerie geen dekking voor.
Er is veel sympathie voor het principe van de wetswijziging – een overheid die nu eens niet komt halen of controleren, maar komt brengen. Het debat spitst zich toe op de centen: komt er boter bij de vis? Want zonder die 6 miljoen euro kan de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) de invoering van het nieuwe systeem niet ondersteunen; er komt meer terecht bij individuele gemeenten, die zich er niet allemaal met evenveel overgave op zullen storten. En zonder die 17 miljoen vervalt het voornemen om inwoners te wijzen op hun recht op bijzondere bijstand.
Dik in de schulden
"Cynisch gezegd: ik ben bang dat het goedkoper is om mensen aan hun lot over te laten", zegt de Groningse wethouder Eelco Eikenaar (armoede, inkomen en schulden). "Maar maatschappelijk gezien is het een buitengewoon slecht idee om mensen ver onder het bestaansminimum te laten functioneren. Hun leven is ellendig, ze komen íedere maand tekort. Ze raken dik in de schulden, ze belanden op straat. Via schuldhulpverlening komen ze alsnog bij ons terecht. Dus op termijn is het duurkoop."
Groningen probeert deze inwoners ook nu al te bereiken. "Bij ons staan de deuren open", zegt Quinty Koster, sociaal raadsvrouw bij welzijnsorganisatie WIJ Groningen. Haar werkterrein is Hoogkerk. "Het is hier ons kent ons", zegt Quinty.
Rijk zijn Hoogkerkers doorgaans niet. Tobben ze over geldzaken, hebben ze post die ze niet durven openmaken, zit een instantie ze achter de broek aan, dan kunnen ze binnenlopen. "Dat vinden ze spannend", zegt Quinty. Zijn ze op het juiste adres? Durven ze hun vraag wel te stellen? Is het niet stom om om hulp te vragen? En wat als de buurvrouw binnen zit? "Ik werk hier nu vier jaar en heb veel geïnvesteerd om dat gevoel weg te nemen. Als je de buurvrouw ziet, dan ga je toch gewoon met haar aan de koffie, zeg ik dan. Je hoeft haar niet te vertellen waarom je hier bent."
Een vrouw die een inkomen moest regelen toen haar ex haar op straat zette, een echtpaar, zestigers, dat de energierekening niet kon betalen en al jaren ver onder de bijstandsnorm bleek te leven: Quinty kan veel mensen gelukkig maken door samen met hen aanvullingen en regelingen aan te vragen. "Ik krijg heel veel gebak", lacht ze.
'Mensen zijn bang'
Dat aanvragen is ingewikkeld en mensen zijn bang dat ze onterecht iets krijgen wat ze, à la de toeslagenaffaire, terug moeten betalen, ziet Quinty. En, zegt wethouder Eelco: "Ze ervaren het als vernederend. Moeten ze wéér hun hand ophouden. Een vrouw die bijzondere bijstand kwam aanvragen, zat eens huilend tegenover me. 'Jullie wéten toch dat ik arm ben, hoezo moet ik dat nog een keer aantonen?'"
Hermannus Stegeman, vicevoorzitter van de Vereniging van Directeuren van Publieksdiensten (VDP) bij gemeenten, zou dan ook graag een stap verder gaan: laat gemeenten aanvullende en bijzondere bijstand aanbieden en als rechthebbenden op het aanbod ingaan – weigeren mag – hoeven ze geen bewijs meer aan te leveren.
Daarvoor is wel nodig dat ook de Belastingdienst aansluit en gegevens deelt met gemeenten, het UWV en de SVB. Want die drie weten alles over inkomen, maar de Belastingdienst weet of mensen wellicht vermogen hebben, waardoor ze geen recht hebben op ondersteuning.
‘Een fout is zo gemaakt’
Gemeenten moeten wel oppassen, zegt Kevin Koopmans, schuldhulpverlener in de gemeentes Groningen en Het Hogeland, dat ze mensen niet onbedoeld in de penarie helpen. "Stel, een man verliest zijn echtgenote. Hij vraagt een nabestaandenpensioen aan bij de SVB. Van verdriet verliest hij ook zijn werk. Dan moet hij bij het UWV een WW-uitkering aanvragen. Misschien weet hij dat niet, of doet hij het niet omdat hij verdriet heeft. Dan leeft hij alleen van een nabestaandenuitkering, mogelijkerwijs onder bijstandsniveau. Wie gaat hem dan benaderen: het UWV, de SVB of de gemeente?"
Om dit in goede banen te leiden is meer nodig dan gegevensuitwisseling, zegt Kevin. "Er moet een regisseur zijn die alle informatie bij elkaar trekt, die het hele plaatje kent." Want een fout is zo gemaakt. Deze man heeft namelijk geen recht op aanvullende bijstand via de gemeente, die moet echt WW krijgen van het UWV.
Hermannus van de VDP benadrukt: als de overheid zelf een fout maakt en iemand onterecht heeft benaderd, dan moet ze níet terugvorderen.
Eerst door hoepels springen
Schuldhulpverlener Kevin vindt het wel een goed idee dat gemeenten, UWV en SVB gegevens gaan delen en inwoners attenderen. Het kan veel ellende voorkomen. Maar heb er een verhaal bij, een uitleg over het waarom én het hoe, is zijn oproep. "Voor ons met ons rationele brein is het heel helder, voor mensen met stress niet per se. Er is veel wantrouwen vanuit inwoners met schulden richting de overheid, zeker sinds de toeslagenaffaire." Mensen zijn als de dood voor profilering en bevooroordeelde algoritmes, zegt hij. Die zullen zich afvragen: hoe weet die overheid dit allemaal?
Omgekeerd heeft die overheid ook maar weinig vertrouwen in inwoners met een laag inkomen, ziet wethouder Eelco. "We kijken heel anders naar iemand die subsidie aanvraagt voor een paar zonnepanelen, dan naar iemand die om een aanvulling op zijn inkomen vraagt. Die moet door allemaal hoepels springen. Terwijl, arm of rijk, mensen willen gewoon hun leven leiden, zichzelf redden, een gevoel van waardigheid in stand houden. De calculerende burger bestaat niet. Natuurlijk zijn er profiteurs, arm en rijk, maar dat zijn er een paar. Daar moet je je beleid niet op inrichten."
De Participatiewet die de regels bepaalt voor de bijstand, is heel strikt, zegt Eelco, die gaat uit van wantrouwen. Er wordt gevraagd naar waar mensen het geld voor nodig hebben en gekeken waar ze het aan uitgeven. "Mensen met een laag inkomen voelen dat: het impliciete oordeel over hoe zij hun leven leiden", zegt hij. "Ik probeer het verschil in benadering tussen hen en de zonnepaneelplaatser zo klein mogelijk te maken."
Het probleem zit niet bij de ambtenaar achter de balie, denkt Dianne de Louw van Kansrijk Groningen. Dat zit in het systeem. "Stel je voor dat je al die capaciteit die nu wordt gespendeerd aan misbruik tegengaan, inzet om meer mensen te helpen! Ieder systeem kent mensen die er misbruik van maken. Maar je kunt mij niet vertellen dat het in de menselijke aard zit om dat te doen."
De naam Sanne de Bruin is om privacyredenen gefingeerd.
Dit artikel verscheen op 29 mei 2026 in Trouw en is met toestemming doorgeplaatst. De tekst van auteur Lidwien Dobber is door de redactie van Wijkvernieuwing op z’n Gronings licht aangepast.
In sommige Groningse wijken gaat het niet goed. Bewoners hebben moeite om rond te komen, leven in een onveilige buurt, wonen in slechtere huizen, komen niet goed mee op school of het lukt ze niet om aan werk te komen. Dat vinden we onacceptabel. Daarom zetten we alles op alles om dit te verbeteren.